Rijksmuseum - Amsterdam

De collecties en tentoonstellingen van het Rijksmuseum worden gekenmerkt door grote namen uit de kunstgeschiedenis, zoals Frans Hals, Rembrandt van Rijn, Jan Steen en Johannes Vermeer. Je kunt bij het Rijksmuseum terecht tussen 09:00 uur 's ochtends en 18:00 uur 's middags.

De geschiedenis

Het Rijksmuseum in Amsterdam opende haar deuren voor het publiek in het jaar 1800. Op dat moment was het museum nog niet gevestigd in Amsterdam, maar in Huis ten Bosch in Den Haag. De collectie bestond ruim twee eeuwen geleden uit historische voorwerpen en schilderijen. Tijdens het bewind van Napoleon Bonaparte is het Rijksmuseum verhuisd naar Amsterdam in 1808, het Paleis op de Dam werd toen gezien als meest geschikte locatie.

Het museum was een voorstel van Isaac Gogel die het Frnase voorbeeld wilde volgen door een nationaal museum op te richten. De aantreding van koning Willem I heeft echter gezorgd voor een nieuwe verhuizing, de prentencollectie en de schilderijen werden ondergebracht in het Trippenhuis dat gelegen was aan de Klveniersburgwal. In het jaar 1885 is de huidige locatie pas in gebruik genomen, het gebouw dat ontworpen is door Pierre Cuypers heeft sinds 1876 in de steigers gestaan.

Pierre Cuypers heeft voor het Rijksmuseum een ontwerp in historische stijl gemaakt, ofwel een mengeling van gotiek en renaissance. Nadat de bouw van het museum was afgerond, werden diverse collecties toegevoegd zoals de prentencollectie en de schilderijen uit het Trippenhuis, oudere schilderijen uit Amsterdam en een verzameling van kunst uit de negentiende eeuw die afkomstig was uit Haarlem.

De groei van het museum heeft gezorgd voor de nodige sleutelwerkzaamheden. Tussen 1904 en 1916 zijn aan de zuidzijde van het gebouw zalen gebouwd welke nu betiteld worden als de Philipsvleugel. In 1950 en 1960 werden de oorspronkelijke twee binnenhoven volgebouwd, ook hiermee wilde het museum meer ruimte voor zalen creëren. Het Rijksmuseum in Amsterdam heeft in de jaren zeventig records gebroken op het gebied van bezoekersaantallen. De anderhalf miljoen bezoekers per jaar resulteerden in meerdere verbouwingen en modernisering van het gebouw.

Collecties en tentoonstelling


Het Rijksmuseum heeft één zeer bekende collectie die de kern van het museum vormt. Deze collectie wordt betiteld als 'de Meesterwerken', waartoe ondermeer schilderijen van Rembrandt van Rijn en Johannes Vermeer behoren. Een deel van de collecties wordt wereldwijd tentoongesteld voor een korte periode, maar ook op luchthaven Schiphol is regelmatig een tentoonstelling te zien.

Hoogtepunten uit 'de Meesterwerken'

De Meesterwerken spelen een essentiële rol binnen het Rijksmuseum in Amsterdam, daarom tref je hieronder een viertal beschrijvingen aan van schilderijen uit de collectie 'de Meesterwerken', zoals deze beschreven worden door het museum.

Frans Hals, Portret van Isaac Massa en Beatrix van der Laen

Zij is de dochter van een Haarlemse burgemeester en hij is koopman. Zijn gezin is - dat hoorde toe zo - donkerder afgbeeeld dan dat van zijn vrouw. Zij steunt met, geringe hand, op haar man; met de hand op zijn hard is hij haar trouw. Op wederzijdse aanhankelijkheid duidt de wijnrank om de boom gestrengeld; klimop en distel zijn ook amoureuze en erotische toespelingen. De gefantaseerde minnetuin achter die twee, spreekt met pauwen, paren en fontein van huwelijksgeluk en vruchtbaarheid; de aarden potten betekenen broze vergankelijkheid. Voor opdrachtgever, schilder en hun tijdgenoten vormde dat alles een niet mis te verstande symboliek.

Rembrandt van Rijn, Portret van Titus

Deze enige in leven gebleven zoon van Rembrandt en Saskia was niet een geestelijke. Hij poseert slechts in het habijt van een monnik. De schilder Rembrandt neemt zijn zoon waar als model, scherp, onbevangen: de bleekheid van het gezicht doet hij nog sterker uitkomen door die omlijsting met die ruige, bruine stof van de monnikskap. Maar de vader Rembrandt moet zijn zoon benaderd hebben met eerbied, gevoelig. Hij toont ons zijn zoon als een melancholieke, naar binnen gekeerde jongen. De warme bruine kleur, verlevengigd met wat rood en grijs-geel, maakt dit portret mild en vredig.

Jan Steen, De kwakzalver

Een kwakzalver heeft een boer gesneden van de kei; hij toont de oorzaak van veel pijn aan andere, niet al te snugger uitziende plattelanders. Een kei is een gezwel, dat de dokter er in de zeventiende eeuw uitsneed. Maar 'gekweld worden door de kei' betekent ook dat iemand allerlei dwaasheden begaat. Te veel drinkt, bijvoorbeeld: de dronkelap in de kruiwagen is er daardoor niet best aan toe. Op zijn eigen, gemoedelijke wijze wijst Jan Staan er op dat mensen die zich aan drank te buiten gaan erg dom doen. Staat daarom ook een ezel tussen de boeren?

Johannes Vermeer, De keukenmeid

Grote lichte vlakken bakenen een kamer af. Door een raam valt een zilver licht naar binnen, dat eer van Vermeer is, dan het natuurgetrouw afgebeeld zonlicht is. Tintelend treft dat licht het stilleven op de tafel. Zo maar een dienstmeisje is er bezig met een alledaags werkje. Door het grijs achter haar kan ze sterk worden neergezet als een stevige, potige vrouw. Zo bieden de grote vlakken van haar wijde rok, het ruime schort en het forse jak ruime mogelijkheid voor een welluidende rood-blauw-gele drieklank in de stille, grijze kamer.

Terug naar Culturele plekken